Jonge kinderen met rokende ouders spelen eerder met namaaksigaretten dan kinderen zonder rokende ouders. Dat zegt onderzoekster R. de Leeuw van de Radboud Universiteit Nijmegen. Honderd kinderen in de groepen 1 tot en met 3 van de basisschool beantwoordden vragen over roken, zoals: `rookt papa/mama?` Vervolgens mochten de kinderen in een speelhoek spelen met een kinderkeukentje en eethoek, met allerlei speelgoed en ook een pakje namaaksigaretten. Daarbij werden zij gevraagd te doen alsof ze later groot zijn en te gaan eten. Kinderen met rokende ouders speelden drie keer zo vaak alsof zij een sigaret rookten dan kinderen met niet rokende ouders. Dat rookgedrag van ouders kopiëren al bij zulke jonge kinderen voor zou komen, verraste de onderzoekers.
Bron: radboud universiteit